maandag 16 maart 2009

Reisvervolg

Na twee uur durende autorit doorheen een mooie streek kwamen we aan in Shangri-la. Dit klein Chinees stadje, ook Zhongdian genaamd, ligt op 3200m hoogte en maakt deel uit van wat ze 'Klein Tibet' noemen. Het ligt niet in de provincie Tibet maar lijkt qua mensen, gewoontens, omgeving... veel op het echte Tibet (dus voor mensen die geen extra visa willen betalen voor het echte Tibet is 'Klein Tibet' misschien een goede optie of slechts een zwak afkooksel). We verbleven in het 'Dragon Cloud Youth Hostel en hoewel het door de Lonely Planet werd aangeraden, viel dit verblijf enigszins tegen doordat er geen maaltijden werden voorzien (een van de zeldzame keren dat ik niet met de Lonely Planet akkoord ging ). Het leuke was wel dat ze drie mooie herdershonden hadden waarmee dat ik vaak 'apport' speelde.
Behalve de weidse omgeving met bergen op de achtergrond heeft Shangri-la nog enkele extra troeven voor toeristen. Je hebt het oude stadsgedeelte, een gezellige buurt om in rond te kuieren, terrasjes te doen, souvenirs te zoeken... Op een 15min fietsen van het oude stadscentrum ligt een groot boeddhistisch klooster (zie foto links). Tijdens ons bezoek kwamen we niet echt veel monniken tegen (volgens de brochure zouden er zo'n 600 moeten zijn). Degene die we zagen, waren druk in de weer met emmers water te dragen, de was te doen... De hoofdgebedsgebouwen waren mooi beschilderd (hoewel het niet echt mijn stijl is) met boeddhistische taferelen. Marieke vond de schilderingen interessant. Niet dat ik ze niet boeiend vond maar de meeste herkende ik uit mijn cursus "Boeddha, zijn leer en zijn gemeenschap". Het viel me ook op dat de meeste taferelen terugkwamen in de verschillende gebouwen. Wat me enigszins verbaasde, waren de leeuwenstandbeelden die de ingang van de gebedsgebouwen bewaakten. Waarom staan deze beelden, die een symbool zijn van het imperialistisch, keizerlijk China, in een boeddhistisch tempelcomplex? Tot op heden nog altijd een mysterie voor mij... Na een uitgebreide verkenning van het kloosterdomein wandelden we in het heldere (iets frissere) weer om een grote vijver/moeras heen die net voor de ingang lag. Onderweg zagen we in een grotje iets speciaals (zie foto rechts). Ik kan niet beschrijven wat het is, het doet me nog het meest aan een tol denken. Er lagen er zo een twintigtal. Als ik een gokje moet wagen, heeft het misschien iets met begrafenisrituelen te maken maar dit is een wilde gok, eerlijk gezegd heb ik totaal geen idee. Daarna fietsten we terug naar het oude stadscentrum waar we de trappen naar een gigantische gebedsmolen (foto links) beklommen. Met zijn drieen draaiden we de gebedsmolen met veel moeite drie toeren in wijzerszin rond. Dit zou geluk moeten brengen. 's Avonds namen Marieke en ik een taxi om naar een warmwaterbron buiten de stad te gaan. Dit kuuroord lag prachtig gelegen in een soort kloof aan de voet van een grote rots van waaruit een riviertje stroomde. Jammergenoeg heb ik hier geen foto's van want ik dacht dat ik geen fototoestel nodig had in een warmwaterbron. We hebben een heel eind in het warme water gezwommen/gezeten in open lucht. Toen het echt donker werd, konden we de talrijke sterren zien... echt de moeite en zijn geld (5euro pp) waard. De volgende halve dag hebben we nog wat rondgewandeld en een heuveltje beklommen waarop een kleine boeddhistische tempel stond met ontelbare gebedsvlaggetjes (zie onder) stond. Na de wandeling haalden we onze bagage op, gingen naar ons favoriet restaurant "Noa's cafe" om nog eens goed te eten (tot op heden vond ik dit de beste Westerse schotels van heel China) voordat we de bus terug richting Lijiang namen.

zaterdag 14 maart 2009

Vervolg reisverslag 2

Vanuit Xi'an vlogen we naar Chongqing om Johan en Marieke een beetje vertrouwd te maken met mijn dagelijkse leefomgeving hier en niet omdat er hier spectaculaire toeristische bezienswaardigheden te zien zijn. 'Slechts' een grote metropolis met ontelbare woonappartementen, ultramoderne centra, verloederde steegjes, rochelende Chinezen... you've got the picture. Onszelf verwend met een Starbucks koffie (want dat is hier bijna de enige koffie die de naam koffie waard is), de ondergrondse (en minder legale) winkelstad verkend, een mp3 gekocht voor Marieke... Om ons toch eens aan deze drukke stad te onttrekken, maakten we een daguitstap naar Wulong, naar de 'Three Natural Airbridges'. Dit was mijn eerste uitstap met Ruben in China en ik vond dit zodanig indrukwekkend dat ik vond dat Johan en Marieke dit beslist ook moesten zien. Jammergenoeg was ik minder op mijn gemak omdat ik besefte dat we een heel krap tijdsschema hadden om dit te bezoeken. De trein vertrok slechts om 11u en kwam pas rond 15u aan. Dan snel de taxi in naar het domein om van 15u30 tot 17u het park te kunnen bezichtigen. Dan ons terughaasten naar het station om de trein terug naar Chongqing te halen. Ondanks het feit dat we veel langer onderweg geweest zijn dan dat we ter plaatse waren, vonden Johan en Marieke Wulong heel erg de moeite. En onder het motto: "Ge moet er iets voor over hebben om iets te willen zien" waren de 'lange' (naar Chinese maatstaven 'korte') treinritten al snel vergeten. Na twee dagen in Chongqing te hebben doorgebracht, splitste ons reisgezelschap op. Johan vloog naar Nanning terwijl Marieke en ik naar de provincie Yunnan afreisden.
We landden in Lijiang vanwaar we meteen doorreisden naar de 'Tiger Leaping Gorge'. Twee uur later kwamen we ter plaatse en namen we de tijd om op adem en krachten te komen. Na een goede lunch in Jane's Guesthouse (ik dronk twee bananenmilkshakes) vatten we onze tweedaagse trektocht doorheen de 'Tiger Leaping Gorge' aan. Het grootste verschil met het reisgedeelte ervoor, was dat de provincie Yunnan aangenaam warm was, om niet te zeggen 'heet'. We wandelden in een machtig, indrukwekkend en zonovergoten landschap (zie foto). De hemel was helderblauw, constant zicht op de Lange Rivier (die er hier nog proper uitziet), bergmassieven op de achtergrond...wat kan een mens zich nog meer wensen? Onderweg heb ik zelfs al reukerwten in bloei gezien die me aan mijn pepe en zijn moestuin deden denken. Bloeiende reukerwten hafweg februari, iets waar hij alleen maar kan van dromen denk ik.
De tocht zelf was niet te onderschatten. Allemaal kleine wandelweggetjes (net het soort dat ik het leukst vind) die ofwel steil omhoog of steil omlaag liep. Een vlak stuk was eerder uitzondering dan algemene regel. Na een goeie twee uur doorwandelen, bereikten we een eerste grote jeugdherberg. Omdat we alletwee wel wat rust konden gebruiken, besloten we hier wat verfrissingen te nuttigen. Tot onze verbazing kregen we van de vriendelijke bazin gratis muntthee die echt lekker en verfrissend smaakte. Daarna elk nog een frisdrank, een bezoek aan het Chinese toilet met mooi uitzicht en we konden de hitte weer zwoegend trotseren. Drie en een half uur later (rond 19u30) kwamen we aan in de 'Tea and Horse Guest House'. Onderweg niet veel 'speciaals' (behalve hetgeen ik beschreven heb) tegenkomen behalve enkele mensen langs de weg die wandelaars fruit, drank of 'softdrugs' proberen te verkopen. Best wel grappig... In de 'Tea and Horse Guest House' waar we besloten te overnachten, ontmoetten we een groep Engelsen (die elkaar voordien ook nooit hadden gezien), een Zweedse en een Chinees. Met hen genoten we van een gevarieerd Chinees avondmaal, deelden de rekening en hadden nog een gezellige avond. Verreweg het bijzonderste was het moment waarop de elektriciteit in deze plaats uitviel waarop we ons naar buiten haastten om de sterren te bezichtigen. Ik denk dat ik nog nooit zoveel sterren in een blik heb gezien. Machtig! De volgende ochtend hervatten we onze tocht rond 9u. Om 12u bereikten we ons eindpunt 'Tina's Guest House'. Na het middagmaal daalden we van hieruit af naar de 'middle rapids', de stroomversnelling in het midden van de Tiger Leaping Gorge waar de Tiger Leaping Stone ligt. Na een afdaling van ca. 30min bereikten we de Lange Rivier en de Tiger Leaping Stone. Volgens de legende zou een tijger vanaf deze steen van de ene kant van de kloof naar de andere hebben gesprongen. Naar mijn bescheiden mening is dit dikke zever aangezien de ene kant van de kloof een loodrechte rotswand is. Dus ik vertoef in duisternis als ik probeer te achterhalen hoe en waarom een tijger in godsnaam van de ene kant naar de andere zou springen. Tjah, misschien moeten we er ons gewoon niet te veel vragen bij stellen. Het blijft een mooie plaats om te zien. (De foto rechts is vanop de Tiger Leaping Stone getrokken) De beklimming terug naar Tina's Guest House stelde ons motto "je moet er iets voor over hebben als je iets wilt zien" echt wel op de proef. Kdenk dat vooral Marieke dat motto erg in vraag heeft gesteld en bij momenten misschien zelfs heeft vervloekt. Erg lastige klim. Terug boven namen we een minibus terug naar Jane's Guest House om onze bagage op te halen. Vandaar reisden we voort naar Shangri-la met Olivia, een Engels meisje, in ons gezelschap...

ps Sylvie: De miniatuur terracottasoldaatjes waarover je het had, heb ik ook. Khad ze van mijn pa gekregen na het afronden van mijn derde bachelor Chinees. Waarschijnlijk had hij ze ergens op een rommelmarkt op de kop getikt. Op het domein van het terracottaleger-museum waren er tal van verkopers die dit aan de man probeerden te brengen. Het goedkoopste (en eigenlijk belachelijke) bedrag dit ik ervoor gehoord heb, was 5kuai ofwel een halve euro. Ik weet niet hoeveel mijn pa ervoor betaald heeft, maar het zal wel iets meer geweest zijn (denk ik), reiskosten inbegrepen enzo ;) Geef toe, je zou niet denken dat je het zo goedkoop kunt maken. Lang leve 'made in China'!

dinsdag 10 maart 2009

Vervolg reisverslag

De taxirit vanaf onze jeugdherberg in Beijing tot het treinstation was verweg de grappigste taxirit van mijn leven. In plaats van eenvoudigweg naar de radio te luisteren, haalde de chauffeur zijn zangtalenten boven en zat hij bijna de hele rit te zingen. Hij vroeg ons of we een liedje konden zingen en we begonnen met een Chinees liedje "gongxi gongxi gongxi ni" maar dat was niet goed, hij verwachtte een liedje in onze taal. Toen we in het treinstation aankwamen vroeg hij om een zinnetje in het Nederlands te vertalen. Toen ik antwoordde: "Naar boven gaan" herhaalde hij dit vol enthousiasme; "naal boven gaan". Na een paar keer herhalen evolueerde deze zin al naar: "naal de tlopen gaan" wat best wel grappig was.
De treinrit naar Taiyuan verliep vlekkeloos. Om 23u20 vertrokken we in Beijing en om 7u kwamen we ter plaatse aan. Vooraf had ik gezegd dat: "als we een dag slecht weer kunnen permitteren, dan is het vandaag". Zo kwamen we uit de trein in de sneeuw terecht. Ik had er vooraf nooit rekening mee gehouden dat we misschien met sneeuw te maken zouden krijgen. Snel met onze valiezen een restaurantje binnengestapt om een Chinees ontbijt te nemen, dumplings met vettige broodjes (smaakt een beetje naar oliebollen). Bij het naar buiten gaan betaalden we 5kuai voor 3 personen. Kversta nog altijd niet hoe ze maar een halve euro aanrekenden...Taxi in richting het Shanxi Provinciaal Museum dat volledig gratis bleek te zijn. Hier een beetje onze Chinese cultuur en geschiedenis opgekrikt. Het was best wel interessant maar in het vervolg zou ik direct van Beijing naar Pingyao reizen... Aangezien het nog altijd sneeuwde, reden de lange afstandsbussen niet. Niet echt een probleem als je weet dat buiten het busstation een meute taxichauffeurs reizigers staan op te wachten. Toen ik een van hen vertelde dat ik in Pingyao wilde geraken, kwamen ze als vliegen op mij af. Johan en Marieke stonden vanop een afstandje toe te kijken en hadden er redelijk leute mee. Ik maar onderhandelen. Uiteindelijk een taxi voor 350kuai. Naar Chinese maatstaven is dit veel geld maar toch slaagde de taxichauffeur erin om het eerste deel van de rit de oren van mijn kop te zagen. Hij zei dat het tolgeld niet was inbegrepen. Na gevraagd te hebben hoeveel dit bedroeg, antwoordde hij "50". Dan zei ik: "ok, kzal wel zien" (en zelf wel in de gaten houden hoeveel het kost). Onderweg twee tolbarrieres tegen gekomen. Een van 10rmb en een van 5. Dus op het einde van de rit betaalde ik hem 365rmb. Hij was nogal ontgoocheld en zei dat ik 400 moest betalen. Toen heb ik hem maar vlakaf gezegd dat hij gelogen had over het tolgeld en dat ik maar al te goed wist dat 350rmb een goede prijs was. Achteraf nog eens nagevraagd in de jeugdherberg in Pingyao waar de bazin me vertelde dat ze al voor 300kuai rijden. Zo zie je maar dat Chinezen altijd geld proberen te slaan uit buitenlanders. Mijn startprijs was 500...begin maar te onderhandelen.
Tijdens de taxirit naar Pingyao klaarde het weer op en toen we aankwamen, lag Pingyao bedekt onder een sneeuwtapijt. Het oude stadsgedeelte van Pingyao is Unesco werelderfgoed. De huizen en 6km lange omwalling zijn in traditionele Mingstijl opgetrokken. De sneeuw zorgde voor een extra feeerieke sfeer. Toen we ons goed en wel in de jeugdherberg gesetteled hadden en wat op krachten gekomen waren met een warme kop thee die we gratis kregen, verkenden we de hoofdstraten van Pingyao tijdens een korte avondwandeling. De volgende dag kochten we dan onze toegangstickets (12euro pp) waarmee je op de stadsmuren kan en meer dan 20 locaties in het stadje kan bezoeken. Wij hebben ons echter beperkt tot de 6km lange rondwandeling op de stadsmuren en dan een siesta genoten want Marieke en Johan waren redelijk moe. Toen de avond aanbrak, begaven we ons weer op straat. Omwille van het Lantaarnfestival dat exact twee weken na Chinees Nieuwjaar valt, bij de eerste volle maan, werd er overal vuurwerk afgeschoten en weerklonk het lawaai van voetzoekertjes. Johan en Marieke gaven al snel toe dat ze nog nooit zoveel vuurwerk hadden gezien (en neem het van mij aan dat het nog niets was in vergelijking met Chinees Nieuwjaar). De volgende dag namen we de lange afstandsbus naar Xi'an waar we een 7-tal uren later aankwamen.
In Xi'an namen we onze intrek in een enorme jeugdherberg dicht bij de zuidpoort van het oude stadsgedeelte. 's Avonds dan nog de Moslimwijk gaan verkennen. Echt een gezellig buurt om in rond te slenteren. Ideaal om souveniers te kopen... De volgende dag namen we de bus naar het wereldberoemde terracottaleger van Xi'an. Het museum viel mij persoonlijk een beetje tegen, niet omwille van de terracottasoldaten (die waren precies zoals ik verwacht had) maar omwille van het schrijnende tekort aan historische achtergrond info. Er was een inleidende videotentoonstelling maar de film was minstens 20 jaar oud, stond nog op rollen waardoor de kwaliteit doorheen de jaren aan zich te wensen liet. Digitalisering zou hier geen slechte investering zijn. Iedereen die ooit van plan is China en Xi'an te bezoeken, raad ik ten zeerste aan om een audioguide te huren aan de ingang (toch als je geinteresseerd bent in de geschiedenis rond deze monumentale graftombe). Na een middagmaal in de KFC (Kentucky Fried Chicken) namen we de taxi richting het "Banpo Neolitisch Museum". Dit museum, dat aanvankelijk heel groots gezien was maar nu in staat van verval is, herbergt de archeologische vondsten van een oude Chinese neolitische cultuur ca. 4500 v.C. De bijgebouwen zijn echt wel dringend aan een update toe maar het hoofdgebouw mag er best wel wezen. In tegenstelling tot het terracottaleger vond ik hier wel de nodige achtergrondinformatie. Toch al bij al gemengde gevoelens over dit museum. De archeologische vondsten zijn zeker boeiend maar de staat waarin het hele museumdomein verkeerd kan echt wel beter. Dan taxi richting de Big Goose Pagoda. Ook een van de hoogtepunten van Xi'an. Gewoon op het gemak in dit park rondgeslenterd waarna we genoeg cultuur voor die dag hadden opgedaan. De avond in de bar van de jeugdherberg doorgebracht waar Marieke en ik een grappige babbel hadden met Cyril, een Fransman die in Beijing studeert en die ik in Shanghai ontmoet had. Hij speelt ook rugby in China en komt in maart eens in Chongqing spelen...